Hart- en vaatziekten en de rijbewijskeuring
Rijbewijs en hart- en vaatziekten (groep 1)
Uitleg van een keuringsarts rijbewijs
Als u een hart- of vaatziekte heeft, is de vraag vaak:
mag ik nog wel blijven rijden?
Veel mensen zijn bang dat zij hun rijbewijs voorgoed kwijt zijn. In de praktijk is dat meestal niet zo,
maar de regels zijn wel duidelijk en soms streng.
Op deze pagina leg ik uit wat hart- en vaatziekten betekenen voor:
- de 75-plus rijbewijskeuring, en
- de rijbewijskeuring voor mensen onder de 75 jaar voor rijbewijs A en/of B (bijvoorbeeld na een hartinfarct, hartritmestoornis of pacemaker).
Het gaat hier om groep 1 volgens de wet- en regelgeving: personenauto en motor (rijbewijs B/BE, A/AM).
Voor vragen over het groot rijbewijs (C/D, beroepschauffeurs) verwijs ik u naar de
gespecialiseerde uitleg op:
Medische keuring groot rijbewijs NL. Hier heb ik een artikel geschreven over hart- en vaatziekten en het groot rijbewijs.
Belangrijk om te weten: tijdens de rijbewijskeuring stelt de arts gerichte vragen, meet en verzamelt informatie.
Het CBR beslist uiteindelijk over de rijgeschiktheid, op basis van de medische
gegevens en de landelijke regels.
Heeft u aanvullende vragen? Kijk dan ook op de veelgestelde vragen over de rijbewijskeuring.
Hoe kijkt het CBR naar hart- en vaatziekten?
Bij hart- en vaatziekten let het CBR vooral op:
- Heeft u klachten alleen bij zwaardere inspanning, of al bij een klein stukje lopen, of zelfs in rust?
- Is er een risico op plotseling bewustzijnsverlies (bijvoorbeeld door hartritmestoornissen of een shock van een ICD)?
- Hoe stabiel is uw situatie: net behandeld of al langere tijd rustig?
- Wat zegt de cardioloog over uw hartfunctie en het verdere risico?
Tijdens de rijbewijskeuring vraagt de arts daarom niet alleen naar diagnoses, maar ook naar:
- hoe snel u klachten krijgt (bijvoorbeeld pijn op de borst of kortademigheid),
- of u de laatste tijd bent flauwgevallen of bijna,
- welke behandelingen u heeft gehad, en
- of u goed op de medicatie bent ingesteld.
Met die informatie maakt het CBR de besluitvorming over uw de verlening van uw rijbewijs.
Atriumfibrilleren (boezemfibrilleren)
Atriumfibrilleren is een van de meest voorkomende hartritmestoornissen, zeker op latere leeftijd.
Het hartritme is onregelmatig en en de boezems knijpen snel samen. Dat kan klachten geven als:
- hartkloppingen,
- onrustig gevoel op de borst,
- vermoeidheid of kortademigheid,
- soms duizeligheid of flauwte.
Voor uw rijbewijs in groep 1 zijn vooral deze vragen belangrijk:
- Is uw hartritme onder controle met medicatie of een behandeling (bijvoorbeeld een ablatie)?
- Heeft u de laatste tijd geen echte flauwtes meer gehad door het hartritme?
- Kunt u uw dagelijkse dingen redelijk doen zonder dat u telkens bijna wegvalt of kortademig wordt?
In veel gevallen kunt u met een stabiel, goed ingesteld atriumfibrilleren gewoon blijven rijden met
een rijbewijs B. Wel wordt de geldigheidsduur van het rijbewijs soms wat korter gemaakt, zodat het CBR
regelmatiger kan laten controleren hoe stabiel uw situatie blijft.
Bij ernstige klachten of flauwtes moet er soms eerst extra onderzoek of een behandeling plaatsvinden,
voordat het CBR u weer geschikt kan verklaren.
In de meeste gevallen kunt u uw rijbewijs met 5 jaar verlengen zonder dat het CBR om een extra verslag van een cardioloog vraagt.
Hartinfarct en pijn op de borst
Een doorgemaakt hartinfarct of terugkerende pijn op de borst (angina pectoris)
roept vaak veel onzekerheid op. Het CBR kijkt dan vooral naar:
- Hoe lang het infarct geleden is.
- Of u inmiddels behandeld bent (dotter/stent, bypassoperatie, medicatie).
- Of u nu nog pijn op de borst heeft, en zo ja:
- alleen bij flinke inspanning (bijvoorbeeld heuvel op fietsen),
- of al bij een klein stukje lopen,
- of zelfs in rust.
- Bent u kortademig en wanneer?
- Is de schade aan het hart na het infarct functioneel? en wat zijn de klachten?
In de praktijk geldt:
- Direct na een hartinfarct mag u een periode niet rijden. Hoe lang dat precies is,
hangt af van de schade aan het hart en uw herstel. - Daarna kijkt men of u klachtenvrij of stabiel bent:
- Heeft u geen pijn op de borst meer, geen nieuwe ziekenhuisopnames en is de behandeling afgerond?
Dan is er meestal weer ruimte om uw rijgeschiktheid te laten beoordelen. - Heeft u wel pijn op de borst, dan is belangrijk wanneer die klachten optreden:
alleen bij zware inspanning, of al bij korte stukjes lopen of in rust. - Bent u kortademig en hoe ernstig is dit?
- Heeft u geen pijn op de borst meer, geen nieuwe ziekenhuisopnames en is de behandeling afgerond?
Hoe zwaarder en sneller uw klachten optreden, hoe kritischer het CBR kijkt naar de veiligheid van autorijden.
Soms is een rapport van de cardioloog nodig om te beoordelen hoe groot het risico is op een plotselinge
verslechtering of bewustzijnsverlies.
De meeste mensen kunnen hun rijbewijs 5 jaar verlengen op aantekening van een keurend arts (bij ons dus) wanneer u klachtenvrij bent of weinig klachten heeft en u adequaat bent/wordt behandeld.
Voor het groot rijbewijs zijn de regels hier strenger. Wie beroepschauffeur is,
doet er goed aan de informatie op de website van Medische keuring groot rijbewijs NL goed door te lezen: hart- en vaatziekten en het groot rijbewijs.
Pacemaker
Een pacemaker is bedoeld om een te langzaam of onregelmatig hartritme te ondersteunen en
daarmee klachten als duizeligheid en flauwvallen te voorkomen. Veel mensen denken dat een pacemaker automatisch betekent dat zij niet meer mogen rijden, maar dat klopt meestal niet.
Belangrijke vragen voor uw rijbewijs:
- Wanneer is de pacemaker geplaatst?
- Waaarom is de pacemaker geplaast (medische diagnose, neem deze mee naar de keuring)?
- Zijn die klachten na plaatsing van de pacemaker verdwenen?
- Zijn er volgens de pacemaker-controles geen grote problemen of storingen?
Als de pacemaker goed zijn werk doet en u geen flauwtes meer heeft, kunt u in groep 1 vaak gewoon
blijven rijden. De geldigheidstermijn van het rijbewijs wordt vaak ruimer gekozen, zolang er geen andere
ernstige hartproblemen spelen.
Rond de periode van de implantatie, of als er twijfel is over het functioneren van de pacemaker,
zal het CBR eerst meer informatie van de cardioloog willen hebben.
In de praktijk kunnen de meeste mensen met een pacemaker hun rijbewijs 5 jaar verlengen op aantekening van een keurend arts rijbewijs (bij ons dus).
Hartfalen (verminderde pompkracht van het hart)
Bij hartfalen pompt het hart minder krachtig. Typische klachten zijn:
- kortademigheid,
- dikke enkels,
- snel moe bij inspanning,
- soms benauwdheid in rust of ’s nachts.
Voor de rijgeschiktheid in groep 1 is vooral de ernst en stabiliteit van de klachten van belang:
- Heeft u alleen klachten bij duidelijke inspanning, of al bij kleine inspanning?
- Heeft u ook klachten in rust?
- Zijn er de laatste tijd ziekenhuisopnames of grote aanpassingen in de medicatie geweest?
Bij milde en stabiele klachten is autorijden meestal goed mogelijk, vaak met een beperkte geldigheidsduur
zodat het CBR uw situatie vaker kan laten controleren. Als u echter bijna niets meer kunt doen zonder
benauwdheid of extreme vermoeidheid, of regelmatig in het ziekenhuis opgenomen wordt, is rijden vaak
tijdelijk niet verantwoord, totdat uw situatie verbetert.
Hartklepafwijkingen en hartklepoperaties
Afwijkingen aan de hartkleppen (vernauwing of lekkage) kunnen variëren van licht en bijna klachtenvrij
tot ernstig en invaliderend.
Voor groep 1 geldt in grote lijnen:
- Zolang u weinig klachten heeft en u uw dagelijks leven redelijk kunt doen, is autorijden meestal mogelijk.
- Na een hartklepoperatie (bijvoorbeeld plaatsing van een kunstklep) kunt u, zodra u hersteld bent en
geen ernstige klachten meer heeft, in veel gevallen weer gewoon rijden. - Alleen als u ernstig beperkt bent in uw inspanning of snel duizelig/benauwd bent, moet er eerst naar
uw veiligheid gekeken worden.
Ook hier geldt dat u in de meeste gevallen uw rijbewijs 5 jaar kunt verlengen op aantekeng van een keuringsarts rijbewijs.
Aangeboren hartafwijkingen
Steeds meer volwassenen hebben een aangeboren hartafwijking waarvoor zij als kind of jongvolwassene
zijn geopereerd. Velen zijn daarna jarenlang stabiel.
Voor groep 1:
- Heeft u geen klachten, dan is er meestal ruime mogelijkheid om geschikt te worden verklaard.
- Komen er later toch klachten bij (bijvoorbeeld ritmestoornissen of hartfalen), dan kijken we opnieuw
naar de veiligheid van autorijden. Soms is dan een extra controle of behandeling nodig voordat het CBR
een definitief besluit neemt.
Ritmestoornissen, flauwvallen en ICD
Ritmestoornissen lopen uiteen van onschuldige extra slagen tot gevaarlijke hartritmes met risico op plotseling
bewustzijnsverlies.
Bij de keuring is vooral belangrijk:
- Heeft u wel eens echt flauwgelegen door uw hart?
- Hoe lang is dat geleden?
- Is de oorzaak gevonden en succesvol behandeld (medicatie, ablatie, pacemaker, ICD)?
Een ICD (implanteerbare defibrillator) is bedoeld om levensbedreigende hartritmestoornissen
onmiddellijk te behandelen.
Voor de rijgeschiktheid in groep 1:
- Is er net een ICD geplaatst, dan geldt een periode van tijdelijk niet rijden.
- Daarna wordt gekeken of er shocks zijn geweest en wat het risico is op herhaling.
- Na een shock (terecht of onterecht) geldt opnieuw een periode waarin u niet mag rijden, totdat de
cardioloog de kans op herhaling zo klein mogelijk heeft gemaakt.
Voor beroepsmatig rijden en het groot rijbewijs zijn de eisen rond ICD’s nóg strenger. Daarover vindt u meer
uitleg op de groot-rijbewijs-site:
hart- en vaatziekten en het groot rijbewijs
.
Aneurysma van de aorta
Bij een aneurysma (verwijding) van de grote lichaamsslagader (aorta) kijkt de specialist naar:
- de grootte van de verwijding,
- en het risico dat deze kan scheuren.
Is het risico op korte termijn laag en staat u onder specialistische controle, dan is autorijden in groep 1
vaak gewoon toegestaan. Zodra het risico op scheuren toeneemt, weegt de veiligheid van u en andere
weggebruikers zwaarder en kan tijdelijk ongeschiktheid volgen, bijvoorbeeld totdat een operatie is verricht.
Wat kunt u verwachten van de keuring?
Bij een rijbewijskeuring met een hart- of vaatziekte:
- bespreekt de arts met u klachten, behandelingen en medicatie,
- bekijkt de arts evt. de brieven van uw cardioloog of andere specialisten,
- noteert de arts wat het CBR nodig heeft om te kunnen beoordelen of u veilig de weg op kunt.
Het is dus niet zo dat ik “even bepaal” of u mag rijden of niet.
Ik verzamel de medische informatie, het CBR stelt de diagnose rijgeschiktheid en neemt het besluit
over de geldigheidsduur van uw rijbewijs.
Heeft u daarnaast een groot rijbewijs, of werkt u als beroepschauffeur?
Dan gelden andere en vaak strengere regels. Kijk dan zeker ook op:
de homepage van de keuringsarts rijbewijs
en op
Medische keuring groot rijbewijs NL
.
Bent u specifiek op zoek naar informatie over de
rijbewijskeuring 75-plus
, dan vindt u op die pagina stap voor stap wat u kunt verwachten van de keuring en de voorbereiding.